For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Meertaligen krijgen gemiddeld later alzheimerklachten dan andere mensen, blijkt uit onderzoek. Wat maakt hun hersenen weerbaarder? Taalwetenschapper Michal Korenar zoekt het antwoord in hun dagelijks leven: wanneer ze hun talen spreken, met wie, en hoe vaak ze wisselen van taal. Onlangs ontving hij een Veni-subsidie voor zijn onderzoek.
Michal Korenar

Hoe kan het dat meertaligheid de effecten van alzheimer vertraagt?

‘Het spreken van verschillende talen daagt de hersenen uit. Als je meerdere talen kent, moet je brein steeds de taal selecteren die je op dat moment nodig hebt, en tegelijkertijd de andere talen onderdrukken. Het ziet ernaar uit dat die dagelijkse vorm van breintraining helpt om hersenschade, zoals de effecten van de ziekte van Alzheimer, langer op te vangen. Het duurt gemiddeld zo’n 4 jaar langer voordat meertalige mensen symptomen krijgen van die ziekte, weten we uit eerder onderzoek.’

Goed nieuws dus?

Zeker! We leven in een maatschappij waarin mensen steeds ouder worden, en Alzheimer is de duurste ziekte die we hebben in Nederland. Als we met gerichte taalactiviteiten de symptomen ervan kunnen uitstellen, zou dat een waardevolle interventie zijn waarvoor geen medicijnen nodig zijn. Maar eerst moeten we meer te weten komen over wélke meertalige ervaringen dat effect hebben, en welke niet.’

Want de ene meertalige is de andere niet?

‘Precies. Onderzoekers delen mensen vaak in als meertalig of niet-meertalig, maar daarmee mis je veel verschillen. Twee mensen kunnen allebei meerdere talen spreken, maar die heel anders gebruiken. Ik wil die ervaringen nauwkeurig in kaart brengen. Maakt het bijvoorbeeld uit hoe vaak je tussen talen wisselt? Ik ga kijken naar wanneer, hoe vaak en met wie mensen hun talen spreken. En naar taalvaardigheid, de leeftijd waarop mensen hun talen hebben geleerd en hoeveel talen ze beheersen.’

Speelt cultuur ook een rol?

‘Ja, dat zou best eens kunnen. Veel mensen zeggen dat ze zich een ander persoon voelen wanneer ze een andere taal spreken. Dat wijst erop dat we bij het schakelen tussen culturen ook delen van onze persoonlijkheid onderdrukken. Misschien is dat ook een training voor de hersenen die nog niet in kaart is gebracht. Dus daar ga ik ook naar kijken in mijn onderzoek.’

Kun je trouwens niet net zo goed sudoku’s of Rubik’s cubes oplossen om je hersenen te trainen?

‘Ook puzzels en denksporten dagen je hersenen uit, maar het bijzondere aan meertaligheid is dat het helemaal verweven is met je dagelijks leven. Je gaat er niet speciaal voor zitten, maar bent er de hele dag mee bezig: bij het spreken moeten je hersenen continu de juiste taal selecteren.’

Hoe ga je te werk in je onderzoek?

‘Honderd gezonde deelnemers – en later nog eens honderd – gaan vragenlijsten invullen over hun meertalige ervaringen. Met MRI-scans ga ik vervolgens hun hersenen onderzoeken. Zo kan ik nagaan hoe veranderingen in verschillende hersengebieden samenhangen met meertalige ervaringen. In de laatste fase van het onderzoek ga ik bij het Alzheimercentrum Amsterdam meertalige mensen met alzheimer onderzoeken. Hangen deze taalervaringen bij hen samen met het beter opvangen van hersenschade?’

Wat hoop je dat er uit je onderzoek zal komen?

‘Ik hoop dat we veel te weten komen over de effecten van verschillende taalervaringen, en dat we die kennis dan kunnen omzetten in iets dat echt toepasbaar is. Stel dat bijvoorbeeld blijkt dat tolken de beste effecten heeft, dan kunnen we mensen gaan leren tolken als therapie om de symptomen van alzheimer uit te stellen.’

Hoeveel talen spreek je zelf eigenlijk?

‘Zes: Tsjechisch, Slowaaks, Nederlands, Duits, Engels en Italiaans. Ik doe mijn best om mijn hersenen bezig te houden, haha.’

Dr. M. (Michal) Korenar

Faculty of Humanities

Capaciteitsgroep Nederlandse Taalkunde