Ms T.A. (Tiffany) Boersma MA


  • Faculty of Humanities
    Capaciteitsgroep Taalwetenschap
  • Visiting address
    P.C. Hoofthuis
    Spuistraat 134  
  • Postal address:
    Spuistraat  134
    1012 VB  Amsterdam
  • T.A.Boersma@uva.nl
    T: 0205258645

In my PhD research I am pursueing my interest in child language development by investigating the acquisition of morphophonology (the sound changes that take place in morphemes, the smallest meaningful units in a language). This is especially interesting as two domains of linguistics, morphology and phonology, have to be combined. In particular, I study the acquisition of the Dutch past tense (allomorphs /də/ and /tə/) and diminutive (allomorphs /jə/, /tjə/, /pjə/, /ətjə/ and /kjə/) in 5-8 year old typically developing children and poor readers. The main goal of the project is to find possible important factors influencing the acquisition of morphophonology. I mostly focus on the effect input frequency, phonological complexity, phonological skills and reading skills have on children their ability to use the correct allomorph. 

The first part of my project, in which I tested adult their morphophonological skills, has shown that even adults do not always use the correct diminutive allomorph when novel words are asked to be inflected or judged as correct or incorrect. Especially the allomorph /etje/ is causing trouble. In the second part of my project I looked at 5;0 - 10;0 year old typically developing children and found that both their phonological processing skills and receptive vocabulary size are associated with their morphophonological skills. In the final part of my project I look at children with poor reading skills as previous studies have indicated that they show impairments in both the phonological and morphological domain. This might have an effect on their morphophonological skills. 

In addition to my research, I have organised the LOT winterschool at the UvA and the Anéla juniorendag 2015, 2016 and 2017. Since January 2015 I am the treasurer of the Werkverband Amsterdamse Psycholinguisten.  

Supervisors

prof Anne Baker

prof Fred Weerman

dr. Judith Rispens

Education

University College London (MRes Speech, Language and Cognition) September 2012 - September 2013 (Thesis: Reading and Language Development in Children with Low IQ)

University College Utrecht (interdepartmental major in neuroscience and linguistics) September 2009 - June 2012 (Thesis: Pronominal Reference in Bilinguals - The Use of Pronominal Reference in 4-6 year Old Dutch-Russian Bilingual Children) 

 

In mijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam probeer ik uit te zoeken welke factoren invloed hebben op de ontwikkeling van de verleden tijd en verkleinwoordjes in kinderen (horen kinderen het verschil tussen bakte en *bakde en schoentje en *schoenetje. Kunnen ze onzinwoorden zoals loen en panen verbuigen? Heeft leesvaardigheid hier een invloed op?). Hiervoor test ik kinderen in groep 2 t/m 5. Het gaat om spelletjes/taakjes zoals woorden lezen, klankherkenning, zinnen beoordelen op correctheid en zinnen aanvullen met het goede woord. Naast de specifieke testen die over de verleden tijd en verkleinwoorden gaan, worden er een aantal gestandaardiseerde taken afgenomen die leesvaardigheid, woordenschat, klankherkenning en intelligentie testen.

Naast kinderen op basisscholen heb ik ook kinderen getest die in behandeling zijn voor dyslexie. Het doel was om te zien of deze kinderen naast hun leesproblemen ook problemen laten zien in de productie en begrip van gesproken taal op het gebied van de verleden tijd en verkleinwoordjes.

Momenteel ben ik klaar met  testen en zijn de eerste resultaten van mijn onderzoek binnen. Bij kinderen zonder leesproblemen lijken hun vaardigheden in het herkennen, manipuleren en onthouden van klanken en de grote van hun receptieve woordenschat van invloed te zijn op de correcte productie en herkenning van de verleden tijd en verkleinwoordjes. Ondanks dat de verwachtingen waren dat kinderen met dyslexie problemen zouden hebben met de verleden tijd en verkleinwoordjes, juist omdat zij moeite zouden hebben met het herkennen, manipuleren en onthouden van klanken en zij toch vaak een kleinere woordenschat hebben, is dit in mijn onderzoek niet naar voren gekomen. De kinderen met dyslexie lijken niet slechter te presteren dan hun leeftijdsgenootjes zonder dyslexie. 

Mocht u als ouder of school vragen hebben en/of mee hebben gedaan aan dit onderzoek en aan de hand daarvan nog vragen hebben kunt u mij altijd een mail sturen naar t.a.boersma@uva.nl

 

 

 

- Treasurer Werkverband Amsterdamse Psycholinguïsten (WAP http://www.hetwap.nl/)

- LOT winterschool 2015 organiser

- Anéla Juniorendag 2015, 2016 & 2017 organiser

2016

  • Boersma, T. A. (2016). The acquisition of morphophonology: The role of phonological skills and vocabulary size. In EUCLDIS 2016.

2016

  • Boersma, T. A., Rispens, J. E., Baker, A. E., & Weerman, F. P. (2016). Production of the diminutive and past tense: The relative contributions of phonological skills and vocabulary in 5 to 9 year old children. Poster session presented at Symposium on Research in Child Language Disorders (SRCLD), Madison, US, .

2015

  • Boersma, T. A. (2015). Productivity of Diminutive Formation in Dutch Adults: The exceptional case of /ətjə/. Abstract from TABU, Groningen, .
This list of publications is extracted from the UvA-Current Research Information System. Questions? Ask the library  or the Pure staff  of your faculty / institute. Log in to Pure  to edit your publications.

No known ancillary activities

edit contact information edit tabs